Regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)

Met de subsidie regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) wordt het opwekken van duurzame energie gestimuleerd. De regeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van Economische zaken en is alleen beschikbaar voor bedrijven. Voor 2017 is het budget €6 miljard, in 2015 was dit nog € 3,5 miljard. Dit bedrag wordt opgebracht door de heffing Opslag Duurzame Energie (ODE) waarbij iedere energieverbruiker een bedrag per verbruikte kWh elektriciteit en m3 gas betaald.

Hoe werkt het?

SDE+ vergoed het verschil tussen wat het kost om duurzame energie op te wekken en de opbrengst daarvan. Voor de opbrengst wordt gekeken naar de gemiddelde prijs van grijze energie in het jaar dat de energie wordt opgewekt. Dit is het bedrag dat de energie leverancier minimaal zal betalen voor het afnemen van de opgewekte duurzame energie. De kostprijs van grijze energie wordt als correctiebedrag in mindering gebracht van de geschatte kosten van het opwekken van de duurzame energie. Er zijn verschillende manieren om duurzame energie op te wekken, elk met een eigen kostprijs. Zo is het opwekken van groene energie door verbranden van biomassa goedkoper dan het opwekken met zonnepanelen. Elk manier van opwekken krijgt dan ook een eigen basisprijs.

De subsidie wordt toegekend voor een periode van 5, 8, 12 of 15 jaar, afhankelijk van de vastgestelde economische afschrijf periode van het type installatie.  Maandelijks wordt een voorschot  uitbetaald van 80% van de subsidie over de verwachte energie opbrengst in die maand en het voorlopige correctiebedrag. Jaarlijks wordt het subsidiebedrag verrekend op basis van de werkelijk hoeveelheid geproduceerde energie (tot een maximum) en het uiteindelijke correctiebedrag.

Bij minder opbrengst dan verwacht kan het subsidiebedrag dus lager uitvallen. Als de opbrengst hoger is dan het vastgestelde maximum is over de extra opbrengst geen subsidie van toepassing.

Als de prijs van grijze energie hoger is wordt het subsidiebedrag lager, dit moet worden gecompenseerd door de hogere prijs die voor de opgewekte energie wordt betaald.

De subsidie kan worden aangevraagd voor de productie van;

  • Hernieuwbare elektriciteit
  • Hernieuwbare warmte of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare warmte en elektriciteit
  • Hernieuwbaar gas

Doel van de regeling

Het doel van de SDE+ regeling is om in 2020 minimaal 14% van het energieverbruik in Nederland afkomstig te laten zijn van hernieuwbare bronnen zoals zon, wind, aardwarmte en biomassa. In de jaren na 2020 moet het aandeel hernieuwbare energie in het totaal verder oplopen. Op het moment lijkt dit doel niet gehaald te worden. Om het aandeel versneld op te laten lopen wordt nu vooral gekeken naar de aanleg van grootschalige windmolenparken op zee.

Het aanvraag proces van de SDE+ regeling is zo ingericht dat ondernemers gestimuleerd worden zo goedkoop mogelijk in te schrijven. Als te lang gewacht wordt voor een hogere subsidie kan de subsidiepot al voor die tijd leeg zijn. Op deze manier wordt voor het beschikbare bedrag en zo hoog mogelijke duurzame energie opbrengst gerealiseerd.

Subsidie bedrag

Jaarlijks wordt per productgroep door de overheid een Basisbedrag vastgesteld. Dit is de kostprijs per kWh opgewekte energie van de betreffende type installatie. Als de subsidie wordt toegewezen staat dit bedrag vast voor volledige looptijd.
Verder wordt er een Correctiebedrag vastgesteld. Dit is de gemiddelde energieprijs (voor grijze energie) in het jaar dat de energie wordt opgewekt, dat is dus de opbrengst van de energie als deze verkocht wordt aan een energieleverancier. Omdat dit bedrag pas te bepalen is na afloop van het jaar, wordt er eerst gewerkt met een voorlopig correctiebedrag. Na afloop van het jaar wordt er een correctie gemaakt met het werkelijke correctiebedrag.

De SDE+ subsidie vergoed het verschil tussen de vastgestelde opwekkings kosten (basisbedrag) en de werkelijke opbrengst (correctiebedrag).

SDE+ subsidie = Basisbedrag – Correctiebedrag.

Bij stijgende energieprijs (en dus hoger correctiebedrag) daalt de subsidie. Op het moment dat het correctiebedrag het basisbedrag benaderd is de subsidie nul. Overigens is het de ondernemer vrij om de energie tegen een hogere of lagere prijs dan het correctiebedrag te verkopen. Dat zal geen invloed hebben op het subsidiebedrag maar uiteraard wel op het rendement van de ondernemer.

Aanvragen in fases

De subsidie kan worden aangevraagd in verschillende fases waarbij in elke fase het basisbedrag (en daarmee het subsidiebedrag per opgewekte hoeveelheid energie) toeneemt. Als het toegewezen bedrag aan subsidie is toegewezen wordt het aanvraagproces voor dat jaar beëindigd. Het is dus zaak om goed in te schatten in welke fase een aanvraag moet worden ingediend. Gebeurd dat in een te vroege fase dan is de subsidie lager dan wat het had kunnen zijn, gebeurd het in een te late fase dan kan de subsidie pot al leeg zijn.

Voor 2017 is voor de eerste fase een basisbedrag van 9 cent per kWh elektriciteit beschikbaar. Dit loopt op tot in de laatste fase 13 cent per kWh. Voor gas zijn de bedragen 6,4 cent per kWh oplopend tot 9,2 cent per kWh (er wordt bij gas gerekend met de energiewaarde omgerekend naar kWh).

voorbeeld

Het correctiebedrag voor zonnepanelen (>15kWp) is voorlopig vastgesteld op 3,3 cent per kWh, het uiteindelijke bedrag voor 2017 wordt na afloop van het jaar bepaald. Bij toekenning van SDE+ in de eerste fase wordt dus een subsidiebedrag van 9 – 3,3 = 5,7 cent per opgewekte kWh (€ 57 / MWh) toegekend. In de laatste fase loopt dit op tot 13 – 3,3 = 9,7 cent per opgewekte kWh (€ 97/MWh). Naar verwachting zal de beschikbare subsidie echter al in een eerdere fase volledig zijn toegewezen.

Stel een zonne-energie installatie met een vermogen van 100 kWp die 950 uur per jaar produceert. De installatie wordt afgeschreven over 15 jaar. De subsidie wordt in de eerste fase (laagste bedrag, hoogste zekerheid van verkrijgen) aangevraagd voor 9 cent per kWh.

De maximale hoeveelheid opgewekte elektriciteit is dan 100 x 950 = 95 MWh.

De voorlopige SDE+ bijdrage is de basisprijs van 9 cent minus het voorlopige correctiebedrag van 3,3 cent = 5,7 cent / kWh of € 57 / MWh. Totaal voor de installatie wordt dan voor dat jaar een subsidie gegeven van € 57 / MWh x 95 MWh = € 5.415,-.  Na afloop van het jaar wordt dit bedrag gecorrigeerd voor de voorlopige opbrengst (als hoger dan 95 MWh geen correctie, als lager wel) en de werkelijke gemiddelde energieprijs. Met verkoop van de opgewekte energie zal minimaal een bedrag van 3,3 cent per kWh (€ 33/ MWh) worden ontvangen. Waarschijnlijk zal dit bedrag iets hoger zijn omdat energie leveranciers meer betalen voor duurzaam opgewekte energie. Dit geeft een minimale verkoop opbrengst van € 33 / MWh x 95 MWh = € 3.135,-.

In totaal zal de verwachte jaaropbrengst dus zijn € 3.135,- verkoopopbrengst + € 5.415,- SDE+ subsidie = € 8.550,-

In de gehele periode van 15 jaar wordt een basisprijs van 9 cent per kWh verleend. De subsidie zal echter van jaar op jaar verschillen doordat de energieprijs fluctueert. Stel dat het correctiebedrag in het tweede jaar een cent hoger ligt op 4,3 cent per kWh (€ 43/ MWh) dan ziet de berekening er als volgt uit;

Verkoopopbrengst € 43/ MWh x 95 MWh = € 4.085,-
SDE+ Subsidie 9 cent / kWh minus 4,3 cent / kWh = 4,7 cent per kWh (€ 47 / MWh). € 47 / MWh x 95 MWh = € 4.465,-

Totaal; € 4.085,- + € 4.465,- = € 8.550,-
Hetzelfde totaal bedrag dus als in het voorgaande jaar met een lager correctiebedrag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *